Martyn de Jong: ‘Meer sporten is minder insuline spuiten’ (Het Parool)


‘Meer sporten is minder insuline spuiten’

Martyn de Jong (28) kreeg als kind diabetes type 1, een auto-immuunziekte waar ruim 100.000 Nederlanders aan lijden. Om zijn ziekte in bedwang te houden sport hij zoveel mogelijk en eet hij uiterst bewust. ‘Ik zal nooit klagen dat ik moe ben.’

Tekst Kim van der Meulen foto’s Carly Wollaert

“Zelfs sporters vragen me waarom ik zo vaak train,” zegt Martyn de Jong op zijn werk, de redactie van mannensportblad Men’s Health. Deze week op het programma: een obstacle run, krachttraining, zwemmen, deadliften en de armen, borst en benen trainen. “Voor spiergroei hoef je niet zes, zeven keer per week te sporten. Maar als je sport, wordt je lichaam veel gevoeliger voor insuline, het hormoon dat mijn lichaam door die ziekte niet zelf aanmaakt, en betere bloedsuikers. Dat betekent dus minder insuline spuiten.”

U kreeg de ziekte toen u acht was. Hoe werd dat ontdekt?
“Mijn zus las in die tijd boeken van de reeks De babysittersclub, waarin een van de hoofdpersonen diabetes had. Ik was al een paar dagen niet lekker, moest vaak plassen en veel drinken en was steeds duizelig, toen zij ineens zei: hé, dat lijkt op diabetes. De huisarts trok die conclusie ook. Dat is niet heel ongebruikelijk; sommigen worden ermee geboren, anderen krijgen het als kind, door stress of andere, nog onduidelijke redenen. Zo kreeg mijn stiefvader een hartaanval na slecht nieuws, waar hij diabetes type 2 aan overhield. Dat is eigenlijk meer een levensstijlziekte en ontstaat vaak door overgewicht en ongezond eten.”

Hoe hield u op die leeftijd rekening met de ziekte?
“Ik had altijd een boekje bij me waarin stond hoeveel koolhydraten er in bijvoorbeeld een snee brood en een appel zitten. Ik heb een tijdje een insulinepomp gehad, een infuusje in het vetweefsel van je buik geprikt, waarmee je je bloedsuikerspiegel heel precies kunt reguleren. En ik heb vaak in het ziekenhuis gelegen – vijfenhalve week is mijn record, op twaalfjarige leeftijd – om ‘ingesteld’ te worden. Dan gaan ze na hoeveel insuline je nodig hebt om maaltijden te verwerken. Maar ik heb me nooit zielig of ziek gevoeld en heb er nooit krampachtig over gedaan. Hoe geheimzinniger je insuline spuit, hoe spannender het voor anderen wordt en hoe groter de kans dat je ermee wordt gepest.”

Bent u er weleens mee gepest?
“Nee. Kinderen waren juist doodsbang dat me iets zou overkomen. Ik heb ze blijkbaar kleine trauma’s bezorgd: ik had door mijn diabetes weleens epileptische aanvallen op school, met schuimbekken en wegdraaiende ogen, waarna ik werd afgevoerd met een ambulance. Ik weet er niks meer van, maar het moet heel eng zijn geweest. Sommige ouders wilden niet dat ik bij vriendjes logeerde omdat ze de verantwoordelijkheid niet aandurfden. Ik mocht een laptop gebruiken in de klas en hoefde sommige vakken niet te volgen, omdat ik snel moe was. Ik voelde me daardoor anders dan de rest, maar dat omarmde ik.”

U eet nu gezond en sport zeven uur per week, maar dat deed u niet altijd.
“Nee, als puber was ik niet zo met mijn diabetes bezig. Mijn moeder daardoor des te meer, maar als vijftienjarige zeg je al snel: ik zoek het zelf wel uit. Ik leefde als iedere andere puber, ook al wist ik dat ik mijn lichaam kapot kon maken door geen rekening met die ziekte te houden. Je kunt je nieren, lever, ogen, vingers en zelfs zenuwen ermee beschadigen, doordat de kleine bloedvaten in het lichaam worden aangetast als het glucosegehalte in het bloed te hoog is. Ik heb nota bene als kind geleerd mijn bloedsuiker te prikken in twee vingers, zodat je met de andere drie braille zou kunnen lezen, voor het geval dat. Maar ik dacht er gewoon niet bij na. Ik bewoog amper, rookte, dronk en at alles waar ik zin in had. Ik kan me dagen herinneren van drie keer per dag KFC en tussendoor een pak chocoladekoekjes of een Snickers. Een slechtere levensstijl voor een diabeet is er niet.”

Waardoor kwam de omslag?
“Mijn voetbalteam stopte vier jaar geleden. Hoewel ik alleen keepte en niet sportief was, miste ik het sporten toch. Tijdens die zomervakantie heb ik daarom een rondje IJsselmeer gefietst: rugzak om, tentje mee en driehonderd kilometer fietsen. Onderweg kon ik eten wat ik wilde en had ik prachtige bloedsuikers. Ik had bijna geen insuline en geen Extran en Dextro’s meer nodig. Eenmaal thuis ben ik na twee dagen naar Calais gefietst. Ik viel af, had mooie bloedsuikers en voelde me zo lekker dat ik besloot te gaan sporten. Het eerste hardlooprondje staakte ik na één kilometer: ik was te zwaar. Ik schreef me in voor hardloopcursussen, ging naar de sportschool en vond een voedingsschema dat ik nog altijd aanhoud. Na twee maanden rende ik achttien kilometer, een maand later was er ruim twintig kilo af. Ik heb sindsdien geen week zonder motivatie gezeten.”

Is het gevaar niet dat u daarin doorschiet?
“Ja, het is soms moeilijk om een rustdag te nemen, maar ik houd me er wel aan. Er waren tijden dat ik twaalf uur per week trainde, maar inmiddels weet ik dat een uur per dag (voor mij) de ideale tijdsduur is. Als ik langer dan een uur sport, daalt mijn insulinelevel en moet ik weer aan de slag met Dextro’s om de boel op te krikken. Vaker sporten kan dus wel, maar langer heeft geen zin: dan wordt het extra meten en regelen. Schema’s helpen. Ik houd op een app precies bij wat ik wanneer ga eten. Kijk maar: straks eet ik vóór en na het zwemmen 125 gram zilvervliesrijst, 200 gram kipfilet en broccoli. Dat vergt voorbereiding, maar zo weet ik precies hoeveel ik nodig heb. Als diabeet en sporter ben ik gedwongen een beetje vooruit te kijken. Hoe dat gaat met etentjes? Ik weet in elk restaurant en in elke fastfoodketen een gezonde keuze te maken. Al heeft dat weleens tot vreemde combinaties geleid, zoals kwark met bieten als lunch, haha.”

Beperkt diabetes u op enige manier?
“Niet meer. Het is er altijd; de reden dat ik voor dit interview nog even naar het toilet moest is bijvoorbeeld dat mijn bloedsuiker hoog was. Ik voelde spanning in mijn lichaam, werd een beetje moe en kreeg een droge mond. Maar door mijn diabetes heb ik geleerd in oplossingen te denken. Ik zal nooit klagen dat ik moe ben, maar analyseer mezelf om de oorzaak te vinden. Ik zou liever geen diabetes hebben, maar ik ben er wel dankbaar voor: ik drink bijna nooit, rook niet, eet als een voedingsdeskundige en sport als een atleet. Dat had ik zonder die ziekte niet gedaan. En ik kan met mijn ervaring anderen motiveren of zelfs inspireren. Vroeger moest ik niets hebben van meetings voor diabeten – lotgenotenavonden, vond ik dat – maar nu ben ik zelfs ambassadeur van de Bas van de Goor Foundation, een stichting die diabeten aan het bewegen wil krijgen. Er wordt gezegd dat je niemand ‘diabeet’ mag noemen, omdat de ziekte je niet definieert, maar ik omschrijf mezelf zo op mijn Instagramaccount. Ik heb het, ik deal ermee en dat lukt – en daar ben ik best trots op.”

—–
DIABETES
Het is vandaag Wereld Diabetes Dag, waarop aandacht wordt gevraagd voor preventie, behandeling en zorg op het gebied van diabetes. In Nederland hebben ruim 1,2 miljoen mensen diabetes, van wie ruim 100.000 diabetes type 1. Bij type 1 maakt het lichaam geen insuline aan, doordat het afweersysteem per ongeluk de cellen vernielt die insuline aanmaken. Bij diabetes type 2 heeft het lichaam te weinig insuline. Dit type heeft vaak te maken met gebrek aan beweging, overgewicht en ouder worden. Het aantal mensen met diabetes type 2 groeit met 1100 mensen per week. Het Diabetes Fonds maakt zich daarom hard voor voedingsproducten met minstens dertig procent minder suiker en een groter aanbod van gezonde producten.

Het Parool, 14 november 2017